Er zijn enkele onmiskenbare indicatoren die iedere keer weer, als ware het een klok, een neergang inluiden voor de Nederlandse economie.
We selecteerden er enkele, doorgaans betrouwbare indicatoren, en concludeerde dat drie van de vier stoplichten op rood staan. De indicatoren zijn niet puur Nederlands, want we zijn als distributieland nu eenmaal sterk afhankelijk van vooral de economische ontwikkelingen in ons grootste afzetgebied, Duitsland.
De eerste halte is traditiegetrouw de uitzendsector. Uitzendkrachten zijn immers de eerste kostenpost waar arbeidsintensieve bedrijven op bezuinigen. En het ziet er niet best uit. De Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) meldde eerder deze maand dat het aantal gewerkte uren en de omzetten eind mei en begin juni daalden, in alle sectoren in Nederland.
Uitzendbedrijf USG People zei deze week ook dat het een "neerwaartse trend" verwacht. Vooral in Spanje en Frankrijk ging de omzet omlaag. De uitzender waagde zich voor de Nederlandse en Duitse markten niet aan een prognose voor de tweede helft van het jaar.
Manpower komt regelmatig met een eigen onderzoek onder duizenden werkgevers in Europa. Manpower verwacht voor onder meer Nederland en Duitsland in het derde kwartaal een "stabiele, hooguit iets verbeterende" groei in de verwachte inhuur-uren door bedrijven. Dat is anders dan dezelfde periode van voorgaande jaren, toen Manpower structureel forse groeiverwachtingen kon noteren.
Gespecialiseerde bedrijfsanalisten die de uitzendsector volgen, denken dat de uitzendbureaus nog te optimistisch zijn. Op basis van eigen cijfers voorspellen zij lagere omzetten.
Analisten van onder meer Deutsche Bank verlaagden onlangs nog de omzetverwachtingen voor Adecco, Michael Page en Randstad, dat op 27 augustus met cijfers over het tweede kwartaal komt.
Een andere betrouwbare indicator is - hoe kan het ook anders - het vertrouwen van de consument en de producent in de economie. In Nederland bleef dat tot voor kort nog redelijk op peil, vergeleken met andere landen, waar vooral consumenten een stuk pessimistischer zijn geworden.
Dat komt doordat Nederland als distributie- en dienstenland doorgaans pas later de gevolgen merkt van een neergang in bijvoorbeeld productie- en exportland Duitsland, onze grootste afzetmarkt. En inderdaad: in Duitsland begon de vertrouwenserosie al aan het begin van het jaar, en nu zakt ook het Nederlandse vertrouwen snel.
Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) daalde het consumentenvertrouwen van +14 in het tweede kwartaal van vorig jaar, naar -19 nu. Waren de managers van zakelijke dienstverleners vorig jaar nog optimistisch over de verwachte orderportefeuille, met een indexcijfer van 38, deze maand was dat vertrouwen meer dan gehalveerd, naar 13.
Producenten, tenslotte, zijn ook een stuk pessimistischer geworden. Het producentenvertrouwen staat nu op 5, tegen indexcijfer 8 in dezelfde periode vorig jaar.
En dan valt het nog mee, vergeleken met de conjuncturele doemberichten uit Duitsland, een andere belangrijke indicator. Volgens economisch onderzoeksinstituut Ifo is het vertrouwen van Duitse ondernemers in de economie fors gedaald, naar een indexcijfer van 97,5 in juli.
Analisten verwachtten een cijfer van 100.2, een bescheiden daling met 1.1 punt vergeleken met juni, toen de vertrouwensteller op 101.3 stond.
Dat betekent weinig goeds voor leveranciers en exporteurs van diensten en producten naar Duitsland. Het spreekwoord "als Duitsland niest, wordt Nederland verkouden" geldt immers nog steeds. En vooral in Duitsland, dat economisch nog steeds zeer afhankelijk is van de export van lokaal geproduceerde goederen, heeft men last van de hoge inflatie en energieprijzen.
De vierde indicator, de enige die niet op rood staat, is de betalingsmoraal van bedrijven.
Eén van de eerste acties die veel bedrijven ondernemen als ze geld willen besparen, is het uitstellen van betalingen. Daarin zijn bedrijven niet veel anders dan consumenten, die besluiten de acceptgiro's wat langer te laten liggen.
Maar zo ver is het in Nederland nog niet, meldt kredietbeoordelaar Graydon en Coface Nederland, dat actief is in kredietverzekering, informatie, incasso en factoring. Uit opgestelde cijfers van Graydon blijkt eerder het tegenovergestelde. Bedrijven betaalden in het tweede kwartaal juist sneller hun rekeningen dan in het derde kwartaal van 2006, toen de economie in een flinke groeispurt zat.
Directeur Edwin Busio van kredietbeoordelaar Coface Nederland, tevens één van de grootaandeelhouders van Graydon, verwacht echter dat dit gauw zal veranderen: "Dat kan niet anders. We zien het namelijk al gebeuren in Spanje, Frankrijk, Ierland, Groot-Brittannië, de VS en Portugal. Dat zijn allemaal landen waar de economie een flinke achteruitgang vertoont, na een periode van sterke groei. Nederland loopt het risico ook getroffen te worden door die golf."
Hij heeft er ook niet veel vertrouwen in dat de opkomende markten in de nieuwe EU-landen zullen dienen als economische golfbreker: " We zien de betalingsmoraal in Oost-Europa ook achteruit gaan. Vooral Estland en Letland, twee landen die de afgelopen jaren uitzonderlijke economische groei vertoonden, gaan nu juist hard omlaag. Die sterke groei leidt tot een disbalans, zo blijkt nu."
De enige landen die een beperkt effect van de kredietcrisis ondervinden, zijn de zogenaamde BRIC-landen: Brazilië, Rusland, India en China.
Drie van de vier geselecteerde indicatoren staan dus op rood. Experts uit de kredietbranche verwachten dat de laatste indicator binnenkort eveneens rood zal kleuren.
Ook Nederland ontkomt niet aan de gevolgen van de hoge olieprijzen en de inflatie. Rest alleen nog de vraag: hoe diep wordt de dip?





TOP